Bioritme
Ieder mens heeft een eigen bioritme. Dit is het zogenaamd circadiane ritme, dat zich ongeveer elke 24 uur herhaalt. Ook al hebben allerlei prikkels invloed op dit ritme, het belangrijkste signaal is dat van de zonsopgang en zonsondergang.
Het bioritme wordt in stand gehouden door verschillen in lichaamstemperatuur en dag- en nachtlicht. Het moment waarop je lichaamstemperatuur het hoogst is bepaalt je bioritme.
’s Avonds maken je hersenen, onder invloed van het nachtlicht melatonine aan. Melatonine zorgt voor een seintje aan het lichaam dat het tijd wordt om te gaan slapen. Doordat het dag- en nachtlicht zo belangrijk is voor het bioritme, ervaren veel mensen ook een verstoring van het ritme als de tijd wordt verzet naar zomer- of wintertijd. Het circadiane ritme gaat als het ware uit de pas lopen met de cyclus van licht en donker.
Er zijn ochtend en avondmensen. Dit heeft te maken met de duur van het bioritme. Mensen met een kort bioritme, van zo’n 22 uur, springen ’s ochtends makkelijk hun bed uit en zijn op hun best in de ochtend. Mensen met een lang bioritme, van zo’n 26 uur, komen ’s ochtends moeilijker op gang en zijn ’s avonds op hun best.
Het bioritme wordt genetisch bepaald en is in het DNA geprogrammeerd – helaas is er voor diegenen onder ons die moeilijk uit bed komen dus maar één oplossing; ga op tijd slapen en zorg voor een goede, ontspannen nachtrust.






